Our Blog


IT-oplossingen geven producent regie in circulaire keten

Een circulair product ontwerpen en produceren is voor veel bedrijven nog niet zo eenvoudig. Als dit ze dan toch lukt, willen ze er zeker van zijn dat het product uiteindelijk ook echt worden hergebruikt of gerecycled. En ze willen kunnen laten zien wat dit in termen van duurzaamheid oplevert. IT-applicaties kunnen hiervoor een oplossing bieden.

Eind 2019 wil hij het voor elkaar hebben. Dan moet de complete collectie veiligheidsschoenen van Emma Safety Footwear 100 procent circulair zijn. “Alle schadelijke stoffen moeten uit onze tachtig modellen en voor elk materiaal dat we toepassen moet de next-use-toepassing duidelijk zijn”, zegt Tom Hermans, mede-eigenaar van het bedrijf. Jaarlijks produceert Emma 500.000 paar veiligheidsschoenen. Daarvoor gebruikt het 32.000 dierenhuiden, 150 miljoen liter water, 115.000 kilo staal, 1.100 kilometer veter, 170.000 vierkant meter binnenvoering en 250.000 kilo polyurethaan (PU of pur). “Veiligheidsschoenen eindigen nu nog vaak in verbrandingsovens, maar al onze schoenen kunnen straks volledig gerecycled worden. Zelfs voor de zolen hebben we een bestemming gevonden. Deze kunnen verwerkt worden tot granulaat dat gebruikt wordt voor de aanleg van atletiekbanen. Als we onze concurrenten meekrijgen in deze transitie, kunnen we zolen mogelijk ook chemisch laten recyclen zodat het materiaal nog hoogwaardiger kan worden toegepast.” Dat de schoenen circulair ontworpen zijn, betekent echter nog niet dat de materialen nadat de schoenen zijn afgedankt ook daadwerkelijk worden gerecycled, beseft Hermans. Gooit een klant zijn circulaire schoenen bij het restafval, dan worden de schoenen hoogstwaarschijnlijk verbrand. “Dat zou natuurlijk zonde zijn van alle energie die wij hebben gestoken in het circulair krijgen van die schoen”, aldus Hermans. Om dat te voorkomen ging hij een samenwerking aan met Cirmar, een bedrijf dat geïntegreerde IT-tool ontwikkelt om circulaire ketens te ondersteunen. De schoenen van Emma kregen een paspoort, zodat per model duidelijk is welke materialen erin zitten, in welke volumes en wat de next-use-toepassingen zijn. Een andere applicatie gaf duidelijkheid over waar schoenen zich in de keten bevonden. En via een dashboard kan Emma voortaan zien wat er gebeurt met teruggenomen schoenen, hoeveel materiaal er is teruggewonnen en welke impact dat heeft op de Sustainable Development Goals (SDG’s) waar het bedrijf aan wil bijdragen. Elke schoen is identificeerbaar met een QR-code.

Keten in beweging
De IT-applicaties geven Emma handvatten om de keten steeds iets meer circulair te maken. Met de data kan het bedrijf het gesprek over circulariteit aangaan met klanten, leveranciers, maar ook concurrenten. “Klanten beginnen meer waarde te hechten aan circulaire veiligheidsschoenen”, weet Hermans. “Onlangs nog maakte ons circulaire verhaal het verschil bij een aanbesteding van de havens van Rotterdam en Amsterdam. Dat soort klanten kunnen we via een dashboard laten zien hoe onze schoenen bijdragen aan hun KPI’s op het gebied van duurzaamheid. Hoeveel water besparen we voor ze, hoeveel energie en hoeveel CO2? Het is allemaal eenvoudig terug te koppelen. Een volgende stap kan zijn dat we naar een lease-systeem gaan. IT kan ook die transitie ondersteunen. Met onze klant Engie denken we al na over een proef.”
Ook met leveranciers gaat Hermans in gesprek. “Samen kijken we waar kansen liggen om onze schoen nog duurzamer te maken. Dat we de beschikking over goede data hebben, helpt daarbij”, meent hij. Deze gesprekken leveren trouwens een aardige bijvangst op. “toen we met een leverancier het gesprek aangingen over het verduurzamen van een inlegzool, kwamen we erachter dat die zool al voor 70 procent uit gerecycled materiaal bestond. Wij wisten dat helemaal niet.”
Wat Hermans betreft is de circulaire economie ook een economie waarin je deelt, ook met concurrenten. “Onze veters hebben we laten ontwikkelen door een bedrijf in Sittard. Dat maakt de veters van pet. Ze blijken ongelooflijk sterk. Die veters hadden we voor onszelf kunnen houden, maar we gunnen ze ook aan onze concurrenten. Die nemen ze nu ook af. Goed voor de productie in Sittard en uiteindelijk worden we er allemaal beter van. Als het aan ons ligt, gaan we met onze grootste concurrenten samenwerken om die hele keten meer circulair te maken. We hebben masse nodig om grotere stappen te kunnen zetten.
Met de inzichten uit onze IT-applicaties hoop ik ze over de streep te kunnen trekken. Helaas is de veiligheidsschoenenwereld conservatief. Bij circulair denken ze aan tweedehands of aan kwalitatief mindere schoenen die minder veilig zouden zijn. En veiligheid staat altijd voorop. Terecht natuurlijk. Maar het is soms ook een rem op de transitie.”

Risico bij recycler weghalen
LC Packaging, een producent van flexibele verpakkingen, staat voor een vergelijkbare uitdaging als Emma. Het eveneens van oorsprong Nederlandse bedrijf verkocht in 2018 350 miljoen verpakkingen waarvan 98,5 procent recyclebaar is. Een belangrijk deel van die verpakkingen zijn bigbags, goed voor ongeveer 50 procent van de jaaromzet van 181 miljoen euro. Deze bigbags verkoopt het bedrijf aan klanten over de hele wereld en in compleet verschillende sectoren. Ze worden onder andere gebruikt voor schroot, melkpoeder, agrarische producten, maar ook chemische stoffen.
“Hoewel onze flexibele verpakkingen goed te recyclen zijn, wordt het overgrote deel na gebruik nog verbrand of gestort”, vertelt Lotte Mastwijk, bij LC Packaging verantwoordelijk voor communicatie en duurzaamheid. “We leveren wereldwijd verpakkingen aan 26.000 klanten. 90 procent van deze klanten verpakt er producten mee en verkoop het verpakte product vervolgens door. Onze verpakkingen komen dus werkelijk overal terecht. Helaas ook vaak op plekken waar ze eindigen als afval en niet als grondstof. In 2017 hebben we echter veertien duurzaamheidsdoelen opgesteld voor onszelf. Één daarvan is dat we het afval gerelateerd aan onze bigbags willen gaan minimaliseren.”
Concreet betekent dit dat LC Packaging zich ervoor gaat inspannen haar producten voor zover mogelijk overal ter wereld gerecycled te krijgen. Te beginnen met de bigbags. Vorig jaar verkocht het bedrijf er nog ruim 11 miljoen. Nu China en Vietnam hun deuren hebben gesloten voor het recyclen van bigbags is er wereldwijd echter een overschot aan gebruikte bigbags ontstaan waarvoor te weinig recyclingsfaciliteiten zijn.
“Met afvalbedrijf Veolia en vier grote afnemers van bigbags zijn we een samenwerking aangegaan om te zorgen dat we bigbags gerecycled krijgen”, vertelt Mastwijk. “Voor een goede verwerking blijkt niet alleen de samenstelling van de bigbag belangrijk en of deze goed uit elkaar te halen is, maar bijvoorbeeld ook het gebruik. Het maakt voor de recycler nogal wat uit of er melkpoeder in heeft gezeten of een checmische stof. Die informatie maken we met IT-applicaties van Cirmar beschikbaar. Van iedere bigbag moet in een paspoort staan waar deze van gemaakt is, wat de after-use-toepassing van de verschillende materialen is, maar dus ook waar de klant de bigbag voor gebruikt. In het paspoort zetten we het beoogde gebruik. Voor dat gebruik tekent de klant ook een contract. Zo beperken we de risico’s voor de recycler die zo precies mogelijk wil weten wat er zijn proces ingaat. Verder worden onze bigbags volgbaar in de keten. We verwachten dat dit interessante inzichten kan opleveren over het gebruik. Waarschijnlijk worden bigbags veel langer (her)gebruikt dan wij vaak denken.” Afnemers van bigbags van LC Packaging hebben enthousiast gereageerd op de plannen van het bedrijf. “Veel klanten hebben interesse, maar we gaan eerst kijken hoe de proef met vier grote klanten verloopt”, zegt Mastwijk. “We willen ervaring opdoen en daarna opschalen.”

Afvalbedrijven langs de zijlijn
Zowel Emma als LC Packaging pakken de regie in de keten om hun producten gerecycled te krijgen. Frans Beckers, partner bij Cirmar en eigenaar FBBasic, een bedrijf dat zich richt op circulair productontwerp en herwinning van grondstoffen, ondersteunt hen daarin. “Deze bedrijven steken hun nek uit”, vindt hij. “Het zijn pioniers die ongetwijfeld hun hoofd nog zullen stoten, maar ze beginnen wel.” Beckers, die in een vorig leven als secretaris van de Raad van Bestuur van Van Gansewinkel nog de fusie met AVR begeleidde en in 2007 cradle-to-cradle naar de organisatie haalde, is minder te spreken over het lef van afvalbedrijven. “Met hulp van IT-applicaties zouden afvalbedrijven producenten echt kunnen helpen om hun keten circulair in te richten, maar eerlijk gezegd vind ik dat ze de afgelopen jaren langs de zijlijn zijn blijven staan. Dat vind ik teleurstellend. Afvalbedrijven geven de regie in de keten uit handen aan producten. De manier waarop de producenten nu innoveren kan echter nog wel eens disruptief uitpakken voor de afvalsector.”
Over de samenwerking tussen producenten om ketens circulair te maken is Beckers juist hoopvol gestemd. “Een bedrijf als Emma laat de concurrentie al zien dat er voor iedereen iets te winnen kan zijn als je samenwerkt aan een circulaire keten. Om hun polyurethaan chemisch gerecycled te krijgen, zullen ze een coalitie moeten opzetten. Ik zeg dat die er gaat komen. Een Duitse partij is dan geïnteresseerd om de recycling op zich te nemen.”

Govert Buijze